Kun je sympathie voelen voor een ding?
|
|
Op een fototentoonstelling in de Kunsthal kon je onlangs foto's bekijken van vooral stopcontacten, maar ook van andere dingen als bezems en sloten op kasten en deuren. Die foto's waren leuk en lief omdat je er op een bepaalde manier een gezicht in kon herkennen. Is het mogelijk om een ding lief te vinden? Zijn knuffelbeesten lief omdat ze aan een levend dier doen denken? En waarom zijn knuffels van Teletubbies of Furby's dan minder lief? Is het zielig als een kaasschaaf nooit meer gebruikt wordt of kunnen we dingen zo terzijde leggen? Zijn dingen alleen lief of leuk als je er iets menselijks of dierlijks in kan herkennen?
Bovendien: hebben wij dat typisch menselijke gezicht gekregen om sympathie mee op te wekken? Heb ik zulke expressieve ogen opdat anderen van alles over mij kunnen vinden. En als dat zo is, is dat emotie-opwekkende gezicht van ons dan niet net zo "kunstmatig" als het sympatieke gezicht van een knuffelbeest?
| |
|
Wisselwachter
|
|
Je bent de wisselwachter van een eenzaam spoor. Eens per uur komt er een trein voorbij en
alles wat je hoeft te doen is de wissel omzetten. Af en toe. Vandaag wordt aan het spoor
gewerkt en het is niet de bedoeling dat er ook nog treinen voorbij komen. Veel te gevaarlijk.
Dan komt er belletje van een station een stukje terug. Er is een trein op hol. Hij komt
aandenderen, maar er zit gelukkig niemand in. Behalve de machinist. Er is geen manier om de
trein te stoppen. Wat kun je doen: de wissel omzetten, zodat de trein te pletter zal vallen
vanwege werkzaamheden aan een brug - een eindje verderop. Of de wissel niet omzetten
zodat de machinist niks overkomt maar drie werklui verderop te pletter worden gereden? Wat
doe je?
Drie is meer dan één; grote kans dat je de machinst opoffert en de drie
werklui spaart.
Maar wat nou als jezelf die machinist bent; is drie dan ook meer dan één?
Of wanneer je de trein niet kunt stoppen met een wissel, maar wel met een groot rotsblok;
dat je eigenhandig op het spoor moet duwen. Jammer voor de machinst, maar goed voor die
drie werklui.
Of wanneer je zelfs geen rotsblok hebt, maar wel een hele dikke man, die je op het juist
moment een zetje kan geven. Geef je dan het zetje?
Ik geloof er niks van dat je dat laatste doet. "Zoiets doe je niet." Ook niet wanneer je aan
het rekenen slaat en het wel het handigst blijkt te zijn. In ons oordeel over "goed" en "niet
goed" zijn we geen rekenaars, maar baseren we ons op intuïtie.
Wat is verstandiger: die intuïtie, of toch dat rekenen? En de dikke man een zetje
geven...
| |
|
Walging
|
|
Sommigen walgen van spruitjes, anderen van frikadellen, maar allemaal walgen we van de
geur van verrot vlees. Kokhalzend denken we: "Wat smerig. Dat eet ik niet." Gelukkig maar,
want verrot vlees is bijzonder ongezond. Sterker nog: we walgen ervan omdat het ongezond is.
Mochten er ooit- duizenden jaren terug - mensen bestaan hebben die hielden van verrot vlees,
dan bestaan die mensen nu niet meer: ze zullen een vroege dood gestorven zijn, juist vanwege
het eten van verrot vlees.
Eten waarvan je walgt is meestal slecht voor je. En naast etenswaren zijn er nog tal van
dingen die zowel walgelijk als slecht zijn: martelen is walgelijk én slecht, iemand het
hoofd afhakken is walgelijk én slecht. De relatie tussen walging en veroordeling is
precair; het is verleidelijk datgene waarvan je walgt te veroordelen. Maar gaan "slecht" en
"walgelijk" altijd hand in hand? Of: kan iets slecht zijn omdat je ervan walgt? De redenering
"Het zal wel slecht zijn want ik walg ervan," lijkt redelijk, maar klopt-ie wel? En als hij klopt,
wat doe je dan met mensen die oprecht walgen van homo's, van hele dikke mensen, of van
inwoners uit De Bilt? Hebben zij dan een goed argument?
| |
|
Welke grens is langer? De grens tussen Portugal en Spanje; of de grens tussen Spanje en Portugal?
|
|
Pardon, die grenzen zijn toch even lang? Neem een meetlint, pak een autokaart en meet hoe lang die grens is. Een kind kan de was doen.
Okee, maar neem nu een fietskaart in plaats van een autokaart, of een wandelkaart; en de grens wordt langer. Dat rechte stukje grens op de autokaart blijkt op de fietskaart een kronkelig lijntje te zijn. Of erger nog: loop met een meetlint langs de grens om hem superprecies op te meten; hoe precies ga je dat dan doen? Als je om iedere zandkorrel je meetlat buigt dan wordt die grens zo ongeveer oneindig lang.
Als ze in Portugal een preciezer meetlint gebruiken dan in Spanje dan zullen de Portugezen een langere grens meten. De grens tussen Spanje en Portugal heeft niet één bepaalde lengte. Rivieren hebben dat ook niet. De wereld lijkt te vatten met nummers en met meetlinten; maar soms valt dat een beetje tegen.
| |
|
Nummer één
|
|
Kanker is doodsoorzaak nummer één voor vrouwen onder de vijftig. Daar moeten we iets aan doen!
Okee, maar wat willen we dán dat doodsoorzaak nummer één is voor vrouwen onder de vijftig? Er blijft altijd een doodsoorzaak nummero één. Dat lijkt afschuwelijk, maar het kan niet anders.
Vormsuggestie
Er bestaat een kort dialoogje tussen Wim T. Schippers en een ander dat zich op straat afspeelt in de serie "We zijn weer thuis". Dat dialoogje gaat ongeveer als volgt:
Ander: Meneer, mag ik u wat vragen?
Wim T.: Dat doet u al!
Ander: Meneer, mag ik u dan nog wat vragen?
Wim T.: Nee, nou zeg, we blijven aan de gang (waarop Wim T. Schippers doorloopt).
| |
|